Frisgroen

Toverbal-vachtjes

Door Ingeborg Swart op Saturday 16 September 2017 18:45
  • ignore touch

    © Pixabay

mail pinterest

Hoewel de zomer pas net op zijn einde lijkt, beginnen de dagen alweer korter te worden. Dat betekent ook dat dieren aan de slag gaan met het groeien van hun wintervacht.

Mijn pony, bijvoorbeeld, laat al een paar weken flinke hoeveelheden haren los om plaats te maken voor haar dikke, wollige winterjas. En terwijl ze dat doet, gebeurt er iets heel grappigs, ze verandert van kleur! Van een bijna witte sprookjespony begint ze steeds donkerder te worden. Haar billen zijn inmiddels al helemaal grijsbruin gespikkeld. Ook kan ik nu ineens zien dat ze stiekem witte aftekeningen heeft die niet meedoen met verkleuren, zoals een grote witte bles op haar hoofd.

Van kleur veranderen is niet standaard voor paarden, het komt alleen voor bij die met de genetische code voor de kleur 'roan'. In de zomer zijn ze overheersend wit met wat donkere spikkels, in de winter is de donkere kleur meer aanwezig. De accenten van de andere kleur zijn maar heel kleine stipjes, denk maar aan ruis of 'sneeuwbeeld' op de tv. En afhankelijk van het seizoen wordt het geheel dus donkerder of lichter. Niet alle vlekjes wisselen trouwens, als de huid wordt beschadigd door een wondje, groeien er daarna normaal alleen donkere haren terug. Die blijven daarna ook in de zomer zitten.

Door hun opvallende eigenschappen dragen paarden met deze kleur in IJsland een naam die te vertalen is naar 'altijd veranderend van kleur'. Erg passend, lijkt mij. Niet alleen paarden kunnen roan zijn trouwens, ook honden, koeien of zelfs cavia’s zouden de eigenschap kunnen hebben.
Maar er zijn meer dieren die kunnen verkleuren, vooral in sommige (kleine) zoogdieren is de verandering groot. Dat kan soms ook tot enige verwarring leiden.

In vroeger tijden werden de Wezel en Hermelijn nogal eens met elkaar verward. Ze lijken in uiterlijk redelijk op elkaar, en in de zomer zijn ze vrijwel gelijk lichtbruin gekleurd. De schrijver van een dierengids uit het eind van de 18e eeuw wist het daardoor ook niet meer precies. Hij beschrijft in detail het uiterlijk en de leefwijze van de wezel in de zomer, om daarna te vermelden dat hij in de winter geheel wit wordt en 'dan noemt men hem Hermelijn'. Hij legt uit dat doordat het diertje een zomer- en winternaam heeft, er misverstanden zijn ontstaan en sommigen de twee voor verschillende diertjes aanzien. Tja, toch een beetje sneu voor die mensen die het wel goed hadden en hier zo weggewuifd worden. Het zijn toch wel echt twee verschillende beesten.

Gelukkig weten we inmiddels hoe het zit en kunnen we dieren in hun zomer- en wintervacht herkennen. Het blijft bijzonder en mooi, de complete kleurtransformatie die sommige beestjes elk jaar opnieuw ondergaan.